Bittere nasmaak bij D66 na debat over onrust in ambtelijke organisatie Vught

De fractie van D66 heeft een bittere nasmaak overgehouden aan de discussie in de gemeenteraad of er een onderzoek zou moeten komen naar aanleiding van een aantal opvallende, en voor D66 schokkende, artikelen in het Brabants Dagblad en Binnenlands Bestuur. Daarin werd onder meer geschreven over angstcultuur, intimidatie, willekeur en vriendjespolitiek bij de gemeente Vught.

Al enige tijd ontving ook de D66-fractie signalen over onrust in de Vughtse ambtelijke organisatie. Dit speelt rond de organisatieontwikkeling, een dossier waarvan de burgemeester de portefeuillehouder is. We kregen signalen over verstoorde werkverhoudingen en ervaren ambtenaren die de organisatie verlieten. Nadat ook de adjunct-directeur op non-actief werd gesteld, hebben wij gevraagd of we als raad konden worden geïnformeerd over de stand van zaken rond dit onderwerp. Even later bleek dat het Brabants Dagblad hierover vragen had gesteld aan het college en kort erna het eerste artikel publiceerde.

Velen die de stukken gelezen hebben, zullen er niet aan twijfelen: deze kwestie vraagt om een gedegen onderzoek. Maar niet de gemeenteraad van Vught. Burgemeester Van de Mortel gaf toe dat er wel ‘iets’ aan de hand was, maar van de beschreven integriteitskwesties zou het college ‘van zijn stoel’ gevallen zijn. Ze worden niet herkend en ook niet geloofd, omdat ambtenaren niet met naam en toenaam in de krant genoemd werden. Het college wil namen en rugnummers, want anders is het niet meer dan ‘roddel en achterklap’.

D66 schrok van de reactie, waarin ook werd gesteld dat je deze mensen niet moet ‘belonen’ met een onderzoek. Klachten hadden via de klokkenluidersregeling gemeld moeten worden, volgens het college. Maar is dat wel zo? Als een werksfeer compleet verziekt is door het vertrek van goede managers en belangrijke dossiers zelfs vastlopen, is dat helemaal geen zaak voor een klokkenluidersregeling. Het is bovendien nogal wat om als ambtenaar naar de krant te stappen om over zaken als vriendjespolitiek, machtsmisbruik en verstoorde verhoudingen te spreken. Dan is de nood hoog, maar begrijpelijkerwijs wil je je naam daar niet bij hebben. En ook niet onbelangrijk is dat de genoemde aantijgingen bekend zijn: de ondernemingsraad (OR) is namelijk wél op de hoogte van de ernstige klachten.

In het debat van 7 maart werd gelukkig nog wel door verschillende politieke partijen gesteld dat het oordeel van de OR van groot belang is. Liever had D66 de OR niet in zo’n lastig parket gebracht en als raad zelf besloten tot een onderzoek, maar daar wilde de coalitie niets van weten. Maar wil de OR een onafhankelijk onderzoek, dan is het verstandig om dat als OR aan de Vughtse politiek te laten weten, want dan komt er ook een onderzoek.
Zo’n onderzoek zou wat D66 betreft duidelijk moeten maken wat er allemaal wel of niet aan de hand is. Voor de toekomst van de gemeente kan het wel eens van groot belang zijn. Als het geschetste beeld blijft bestaan, heb je altijd de schijn tegen. Dat wil D66 niet. Dat beeld zal ook niet helpen bij het invullen van nieuw personeel voor alle opengevallen vacatures, die tegenwoordig al moeilijk genoeg in te vullen zijn. Mensen die bij de gemeente Vught solliciteren én zij die er al werken, moeten weten dat ze hier niets te vrezen hebben.

D66 heeft de samen met de PLV ingediende motie niet in stemming gebracht en ingetrokken. Dit betekent niet dat het onderwerp voor ons heeft afgedaan. We zullen de motie opnieuw, al of niet met nieuwe informatie die wij ontvangen, agenderen als daartoe aanleiding bestaat. Bijvoorbeeld wanneer de OR de raad adviseert een onderzoek te doen naar aanleiding van meldingen die daar zijn gedaan.

Fractie D66 Vught

Kijk ook bij

N65: Niet zeuren. Er moet wat gebeuren!

Deze aflevering bewijst dat je met modellen alles kunt bewijzen en bewijst daarnaast een ernstige …