Home / Algemeen / Stolperstein ter nagedachtenis aan Joodse Grete Spitzer
Patisserie De Rouw

Stolperstein ter nagedachtenis aan Joodse Grete Spitzer

Op zaterdagmiddag 28 september wordt om 17.00 uur voor het hoofdgebouw van Doveninstituut Kentalis een Stolperstein (struikelsteen) gelegd ter nagedachtenis aan de Joodse WO2-vluchtelinge Grete Sara Spitzer. Jan ten Berge uit Sint-Michielsgestel verrichtte een diepgaand onderzoek naar haar korte, tragische leven.

(Door Maarten Kroese)

Het idee ontstond in de jaren negentig. Om de miljoenen vermoorde Joden, Sinti en Roma niet te vergeten, begon kunstenaar Gunter Demmig met het plaatsen van struikelstenen voor de huizen waar de slachtoffers hadden gewoond. Op zo’n steen staat een tekst die je even doet denken aan een van de slachtoffers.

Onderzoek
Voor de Tweede Wereldoorlog was er in Den Bosch een grote Joodse gemeenschap, evenals in Vught. In Sint-Michielsgestel, Gemonde en Maaskantje woonden aanvankelijk geen Joden, maar het naziregime bracht een stroom vluchtelingen op gang. Oud-notaris Jan ten Berge ontdekte dat er in 1939 twee Weense Joodse meisjes naar het Doveninstituut waren gekomen en verrichtte daar uitvoerig onderzoek naar. “Alle bekende oorlogsarchieven heb ik uitgeplozen. Op het ‘Instituut voor Doofstommen’ is uitsluitend een vermelding te vinden dat de doofstomme Ilse Bernd en Grete Sara Spitzer daar in 1939 als hospitanten zijn opgenomen. Grete is in 1942 ‘door de Duitsers opgehaald’. Andere persoonlijke informatie, inclusief foto’s, is verdwenen. Ik beschik alleen over een kopie van Grete’s handtekening.”

‘Bekeerd’
Jan ten Berge: “Mijn uitvoerige speurwerk leverde wel iets op. In Wenen hadden de Joodse meisjes zich tot het katholicisme ‘bekeerd’, wellicht teneinde vervolging door de nazi’s te voorkomen. Een pastoor wilde wel bemiddelen en regelde onderkomen als legale vluchtelingen in het ‘veilige’ Nederland. Onderzoek wees uit dat Ilse slechts twee Joodse grootouders had, waardoor zij aan vervolging ontkwam. Grete werd op 28 augustus met de auto van directeur Van Overbeek op bevel van de Duitsers naar het station Den Bosch gebracht, dus niet ‘opgehaald’. Er werd kennelijk geen enkele poging gedaan haar te redden, noch door het instituut, noch door de burgemeester. Met andere joden uit de regio werd ze ‘s avonds met de trein naar Westerbork vervoerd. Iemand van de Joodsche Raad schreef: “Een doofstom meisje … dat alleen kon omgaan met de non die haar verzorgde. Ze zat in een hoekje te huilen met twee grote koffers en een rugzak bij zich.” Op 31 augustus, destijds Koninginnedag, werd ze op transport gesteld naar Auschwitz, waar ze op 3 september werd vermoord.”

Facebooktwitterredditpinterestlinkedinmail

Kijk ook bij

Ondertekening manifest ‘Iedereen doet mee’

Vught wil een inclusieve gemeente zijn voor mensen met en zonder handicap, beperking of psychische …