Directeur Martin Baks neemt afscheid van onderwijs en ‘zijn’ Springplank

Op 1 februari komt er een einde aan de imposante loopbaan van Martin Baks (64). De huidige directeur van basisschool De Springplank in het Vughtse centrum zet dan een punt achter een negenendertigjarige carrière in het onderwijs, waarvan vierentwintig jaar aan zijn geliefde, imposante en straatbeeldbepalende Springplank, meer dan honderd jaar oud en bij vele Vughtenaren nog bekend als de Petrusschool.

Door Ton Wagenaars

Het is misschien wel heel positief dat de veelzijdige Martin Baks destijds op jeugdige leeftijd géén boswachter is geworden. Het was zijn eerste keuze en als natuurliefhebber zou het hem ongetwijfeld niet misstaan hebben. Maar voor vele leerlingen, collega’s en ouders was zijn start in het onderwijs in 1982 een heuse zegen. Na de Pedagogische Academie in Schijndel, waar hij een degelijke opleiding kreeg van de Zusters van Liefde en enkele niet-religieuze leraren, startte de Bourgondische docent zijn eerste jaren voor de klas in het voortgezet onderwijs op de Brulboei in Den Bosch. Daarna stond hij vijf jaar voor het krijtbord in basisschool de Haren. Van 1989 tot 1997 werd er lesgegeven op basisschool De Kiem in Heesch. Daar gaf hij les aan alle groepen; van de kleuterklas tot en met groep acht. Op 1 januari 1997 kwam de aftrap aan De Springplank als adjunct-directeur/groepsleerkracht. Naast lesgeven waren er voor hem taken als bouwcoördinator en ICT’er. Na het behalen van het getuigschrift Magistrum werd hij in 2008 na een interne sollicitatie directeur van De Springplank.

‘Leraar, elke dag anders’
“Deze functie heb ik tot op de dag van vandaag met veel plezier vervuld. Al direct bij het eerste contact met klassen en leerlingen werd het duidelijk: dit was mijn roeping. Dit wilde ik: omgaan met kinderen en hun emoties delen. Ook de gevoelens delen van ouders en collega’s. Ik geloof in de slogan ‘Leraar, elke dag anders’, het is werkelijk een heel afwisselend beroep met elke dag een nieuwe gewaarwording, gebeurtenis of situatie. Allemaal erg intensief en met het gegeven dat er erg veel van je gevraagd wordt. Veelzijdigheid is dan een positieve eigenschap. Het wordt ook gevraagd van al mijn collega’s en andere onderwijsmensen. Het zijn personen voor wie ik heel veel bewondering heb. Vereiste is wel dat je van jeugd en kinderen moet houden”, weet de altijd nog jeugdig ogende carnavalsfanaat en -muzikant.

“Ik ken alle leerlingen bij naam”
Zijn schedel is nog volledig bedekt met opvallend gitzwart haar waar ‘de eerste durfals grijs’ heel sporadisch een plaatsje opeisen. Met liefde spreekt de onderwijsman over zijn medewerkers. Die zien hem op hun beurt als een gedreven voorganger die tussen hen in staat en ze weten dat hij trots is op zijn team. In zijn kantoor, dat ruim uitzicht geeft op de onlangs fraai aangelegde groene speelplaats met een aangelegde heuvel met struweel en verschillende sport- en speelgelegenheden tussen geplante bomen, heeft hij dagelijks uitzicht op zijn ‘familie’ die de speelplaats bevolkt en hij zegt alle leerlingen nog bij naam te kennen. “Dat geeft aan dat je een intense band met ze had. Het is ook geweldig te zien hoe ze opgroeien, veranderen en zich ontwikkelen; eerst op school, maar ook daarna, want velen weten de weg terug nog vaak te vinden en dan worden er vele herinneringen opgehaald, veelal uiterst positieve en dan voel ik dankbaarheid dat wij dat als team hebben weten te realiseren.”
De fraai geconserveerde ‘oldtimer’ excelleert als hij gasten rondleidt door zijn school. Bijna als een dartelende puppy, maar zeker met een bijna guitige snuit wordt vol enthousiasme verhaald over ‘zijn’ school met een groot aantal historische fragmenten waardoor het grote gebouw nog steeds een wat plechtstatige indruk oproept, maar ook iets degelijks uitstraalt. Baks: “Ik kan genieten van de tegels, de steensoorten, de ruime gangen, de aloude statige traphuizen met glanzende leuningen en die prachtige naam boven de hoofdingang: ‘R.K. Jongensschool’. Dan weet je, dat je bijna op gewijde grond werkt.”

Opa meneer Martin
Geen herinneringen aan storende gebeurtenissen of negatieve ontwikkelingen. Het deert hem niet dat er veel meer vrouwelijk personeel kwam gedurende de laatste jaren. Dat ouders mondiger en kritischer werden juicht hij zelfs toe. “Dat mag en moet zelfs. Betrokkenheid waardeer ik. Alles is bespreekbaar en mijn devies luidde altijd: als er iets is, kom dan praten. Mijn deur staat altijd open voor iedereen. Niet praten aan de poort. Blijf niet lopen met vragen. Mijn kantoor is laagdrempelig en dat geldt voor iedereen, kom binnen en denk mee.”
In het ‘Volkslied’ van De Springplank staan zinnen die zijn mening over het gebouw volledig dekken:
‘Een school van groot formaat: De Springplank … die al meer dan honderd jaar bestaat.
Je bent nu veel veranderd, zo door de jaren heen. De speelplaats, de lokalen dat zie je zo meteen
Als mensen je passeren en men weer naar je kijkt Dan ziet men dat de buitenkant nog veel op vroeger lijkt.

Sprekend over de leerlingen en hun positie op school wordt op de voorpagina van de kleurrijke schoolgids ook zijn visie onderschreven:
‘De kinderen van de Springplank zijn als bloemen
Elke bloem moet kunnen groeien in eigen tempo
Dat betekent voor onze kinderen dat we ze warmte en veiligheid bieden
Veel verschillende bloemen maken De Springplank tot een kleurrijk boeket’

De in Vught woonachtige Baks ziet wel liever kleinere klassen. “Maar het is erger geweest; eerder had ik meer dan veertig kleuters in een klas. Dat is tegenwoordig ondenkbaar. Waarom er niet meer jongens kiezen voor dit geweldige beroep? “Ik kan me voorstellen dat het carrièrepatroon niet uitnodigt. Het is: leerkracht, adjunct en directeur, maar verder is het een uitstekend en bevoorrecht beroep. De administratieve druk is de laatste tijd wel ver doorgevoerd, maar de omgang met mensen, en zeker met kinderen, maakt héél veel goed. Ik zou het weer allemaal zo doen.” En hij gaat zijn school missen? “Zonder twijfel. Ik keek vorige week toevallig nog eens naar een filmpje over een van onze vele festiviteiten. Toen heb ik een traantje weggepinkt in de wetenschap dat dit voorbij is.”
Het hoofd der school zal zeker nog regelmatig zijn opwachting maken bij de speelplaats. Dit in een andere rol: die van grootvader, want zijn twee kleinkinderen zitten inmiddels ook op ‘De Springplank’. Spreken alle leerlingen hem aan met ‘meester Martin’, zijn kleinkinderen kennen het privilege hem te mogen aanspreken als ‘opa meneer Martin’.

Afscheid
Toch staat hem nog een festiviteit te wachten, al is de invulling van het afscheid allemaal gecompliceerd met de huidige pandemie. Het feestcomité heeft verschillende scenario’s klaar, is het niet direct op 1 februari, dan wordt het in ieder geval later als het weer is toegestaan.

Kijk ook bij

Wil je graag in een jazzbandje spelen?

“De laatste repetitie voor de zomervakantie van JAZZWERK heb ik (oma van Bram) genoten van …