Bron- en contactonderzoek blijft moeizaam verlopen

Frans (44) en Anna (38) zijn zzp’ers. Hij is zelfstandig timmerman, zij herstelt en verkoopt via internet gebruikte kinderkleding. Hun kinderen Samantha en Frits zijn 13 en 15. Frans voelt zich koortsig en gaat naar de GGD voor een coronatest. De volgende dag belt Caitlyn (23), die bron- en contactonderzoek (BCO) doet voor de GGD.

Ze deelt de ‘index’ mee dat hij positief is getest. De aderen van Frans zwellen op. Dan barst hij los: “Ik positief? Verdomme. Dan mag ik niet meer werken zeker, net nou ik weer wat opdrachten heb. Vergeet het maar, trut! Morgen zit ik weer in mijn bus.” Caitlyn laat hem uitrazen en herhaalt rustig wat Frans heeft gezegd. De timmerman bedaart. Dan gaat de BCO’er verder. Frans moet een week in isolatie. Geen contact met zijn gezinsleden, die zelf in quarantaine moeten blijven. Pas als Frans 24 uur klachtenvrij is, mag hij weer naar buiten. Begrijpt hij dat? Vanaf dat moment wacht zijn huisgenoten nog 10 dagen quarantaine. Duidelijk? Dan informeert Caitlyn rustig naar zijn EZD, de eerste dag waarop hij klachten had. Twee dagen daarvoor was Frans al besmettelijk. Snapt hij dat? Caitlyn gaat nu al zijn nauwe en niet-nauwe contacten in kaart brengen. Een volledig BCO-onderzoek kan zo wel 12 uur in beslag nemen.

Het RIVM ziet bron- en contactonderzoek (BCO) als een essentieel onderdeel van de bestrijding van de COVID-19-epidemie. Door het grote aantal besmettingen besloten de 25 Nederlandse GGD-regio’s het bron- en contactonderzoek gedeeltelijk uit te besteden aan een ‘flexibele schil’ van freelancers zonder medische achtergrond. Sindsdien zit een groeiend leger van duizenden BCO’ers dagelijks achter de thuiscomputer, werkend namens een specifieke GGD.

Geen uniformiteit
Eind oktober meldde de Volkskrant dat de ‘organisatie van het bron- en contactonderzoek’ aan alle kanten rammelde. Ondanks de vele duizenden coronapatiënten was er van enige uniformiteit geen sprake. Iedere GGD-regio werkte vanuit de eigen voorschriften en werkwijzen. Vragenlijsten en zelfs de wijze van verslaglegging verschilden. Ook bij het invullen van het medische GGD-databaseprogramma HPZone, een professioneel systeem dat eigenlijk bedoeld is voor artsen. Het programma viel door de extreme overbelasting bovendien voortdurend uit. Sommige BCO’ers zaten hele dagen betaald te wachten.

Nog steeds moeizaam
Nu, twee maanden later, zijn er, naar verluid, wel enige verbeteringen. De werkwijze blijft echter grotendeels gelijk. Bij iedere positieve besmetting maakt de GGD een dossier aan in HPZone, daarna pas belandt het bij de BCO’er. Als er op een dag 30 ‘cases’ in een bepaalde regio beschikbaar zijn met 150 freelance BCO’ers aan het werk, zitten er 120 te wachten. De omgekeerde situatie, meer cases dan BCO’ers, levert ook wachttijd op. Ieder dossier moet namelijk eerst grondig worden gecontroleerd. Tijdrovend. Niemand ontkent het grote belang van het BCO, maar het blijft opvallend dat de gegevensverwerking in hightech Nederland nog stééds zo moeizaam verloopt.

(Alle namen zijn fictief.)

Kijk ook bij

Nieuwe website over 2e feministische golf in Brabant

Velen zullen zich de ludieke en mediagenieke actie ‘Baas in eigen buik’ nog herinneren waarmee …